AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)

De wet AVG geeft regels voor de verwerking van persoonsgegevens waaraan ook organisaties als Olivier zich moet houden. De wet is sinds mei 2018 van kracht.

Opslag persoonsgegevens

De AVG vereist dat afspraken moeten worden gemaakt over de verwerking van persoonsgegevens. Stichting Olivier zowel als Vereniging Olivier beschikt over persoonsgegevens van de bewoners en hun familie en van andere betrokkenen.
Stichting en Vereniging Olivier hebben afspraken vastgelegd met alle betrokkenen over welke gegevens worden verzameld, met welk doel en op welke wijze ze worden geregistreerd.
Betrokkenen zijn de twaalf bewoners van Olivier en hun verwanten (ouders, broers, zussen), de feitelijke zorgverlener (ASVZ) aan wie door Stichting Olivier de zorg is uitbesteed, en zakelijk of persoonlijk betrokkenen bij Olivier, onder wie vrijwilligers.

Stichting Olivier heeft van en met betrekking tot de bewoners de volgende persoonsgegevens vastgelegd:

  • naam
  • geboortedatum
  • adres en telefoonnummer,
  • mailadres
  • geslacht
  • burgerservicenummer
  • bankrekeningnummer
  • PGB-nummer
  • SVB-nummer
  • zorgverzekeraar en klantnummer
  • type ZZP-indicatie
  • jaarlijkse PGB beschikking van het Zorgkantoor
  • naam- en adresgegevens + geboortedata, bankrekeningnummer, BSN en telefoonnummer(s) van ouders/verzorgers, en
  • bewindvoering en/of mentorschap.

Voor Stichting Olivier zijn de gegevens over bewoners en ouders/verzorgers noodzakelijk om de contracten te kunnen opstellen die ertoe leiden dat de bewoner de noodzakelijke zorg en begeleiding kan ontvangen en gerechtigd is te wonen in een van de Olivier-appartementen. Verwerking van de gegevens is noodzakelijk om de uitvoering van de verschillende overeenkomsten te kunnen garanderen. Mailadressen zijn noodzakelijk om de gewenste onderlinge communicatie en informatie mogelijk te maken.

Adresboek Olivier

Het adresboek van Olivier bevat namen, adressen, telefoonnummers en mailadressen en gegevens over de relatie waarin de adressanten tot Olivier staan (familie, zakelijk, professioneel, privécontact).

Websites Olivier

Om de onderlinge communicatie en de communicatie naar buiten, met derden, te bevorderen, onderhouden Stichting en Vereniging Olivier gezamenlijk twee websites:

  • een interne website (www.vanolivier.nl) gericht op de bewoners, ouders, broers/zussen en teamleden van Olivier, waarop onder meer de jaarkalender, het adresboek, vergaderverslagen, foto’s, en de geldende afspraken bij Olivier (Olipedia) zijn weergegeven. Deze website is beveiligd en alleen met een toegangscode toegankelijk; en
  • een externe website (oliviermoergestel.nl) gericht op de buitenwereld. Deze website is bedoeld om de buitenwereld over visie, organisatie en doelen, betrokkenen en activiteiten van Olivier te informeren. Ook op deze website worden foto’s en soms video’s geplaatst. Daarnaast staan op deze website de activiteiten kalender en het archief van het Oliviernieuws. Deze website is openbaar toegankelijk.

 

Oliviernieuws

Onder auspiciën van Stichting en Vereniging Olivier wordt periodiek via de mail het Oliviernieuws verspreid. Dit Oliviernieuws is erop gericht een zo groot mogelijk publiek op een toegankelijke manier te informeren over en te betrekken bij het wel en wee binnen Olivier en wordt daarom breed verspreid aan familie, betrokkenen en het persoonlijke en zakelijke netwerk van Olivier. Het Oliviernieuws bevat foto’s van diverse activiteiten waarop, naast Olivierbewoners, ook familieleden, teamleden en derden (zoals vrijwilligers) zichtbaar kunnen zijn. Het Oliviernieuws wordt aan een selectie van de adressen toegestuurd. Bij elke zending wordt de adressanten gevraagd of zij nog prijs stellen op verdere toezending van het Oliviernieuws. Zo niet, dan worden zij van de mailinglijst afgehaald.

Werkgroep Publiciteit

Oliviers Werkgroep Publiciteit beslist over plaatsing van foto’s en videomateriaal in het Oliviernieuws en op de website. Uitgangspunt is dat alleen foto’s en video’s worden geplaatst die representatief voor Olivier zijn.  Aan alle betrokkenen – bewoners, ouders, broers en zussen, leden van het zorgteam en vrijwilligers – is eenmalig ‘geen-bezwaar’ gevraagd voor de mogelijke plaatsing van foto’s of video’s waarop zij in beeld zijn. Voor andere publicaties (rapporten e.d.) wordt altijd vooraf aan de betrokkenen toestemming voor het plaatsen van foto’s gevraagd.

Gebruiksdoelen persoonsgegevens

Stichting Olivier gebruikt de gegevens van de bewoners en diens ouders/verzorgers voor:

  • het jaarlijks volgens de richtlijnen van de SVB op te stellen/aan te passen individueel zorgcontract en de bijbehorende bepalingen, voorwaarden en toelichting bij dit zorgcontract;
  • de individuele huur- en WKO-overeenkomst;
  • de overeenkomst gezamenlijke huishouding;
  • het opstellen van facturen.

Vereniging Olivier gebruikt adresgegevens van de bewoners en hun betrokkenen voor het (doen) organiseren van sociale activiteiten voor en met de bewoners.
Gegevens van derden worden (met toestemming) gebruikt om het Oliviernieuws te kunnen verspreiden.

Gebruikers persoonsgegevens

De verzamelde gegevens worden door de volgende personen voor de volgende doelen gebruikt:

  • door de secretaris van Stichting Olivier (eenmalig) voor het opstellen van individuele zorg, woon- en huishoudelijke contracten bij de start van de bewoning. Zorgcontracten worden opgesteld volgens het geldende format van de SVB. Deze gegevens worden jaarlijks geactualiseerd;
  • door de penningmeester van Stichting Olivier voor het opstellen van de zorgfacturen en periodieke facturen voor levensonderhoud, huishoudelijke verzorging, internet, telefonie en tv;
  • door de secretaris van Stichting Olivier om informatie over nieuwe bewoners (naam, geboortedatum, adres) door te geven aan ASVZ, de Woonstichting en aan het Zorgkantoor;
  • door de voorzitter van Werkgroep Beheer van Stichting Olivier om informatie van bewoners aan de Belastingdienst door te geven voor de verrekening van de huurtoeslag;
  • door de Werkgroep Publiciteit om de websites te kunnen onderhouden en het Oliviernieuws te kunnen verspreiden;
  • door de secretaris van Vereniging Olivier voor het organiseren van sociale activiteiten;
  • door de penningmeester van Vereniging Olivier voor het opstellen van facturen en het innen van periodieke bijdragen.

 

Privacy

Gegevens van bewoners of diens betrokkenen worden nooit beschikbaar gesteld aan derden, tenzij met uitdrukkelijke toestemming. Gegevens worden bewaard zolang als nodig is. 
De secretaris en penningmeester van Stichting Olivier hebben toegang tot de gegevens die zijn opgeslagen in aparte bestanden op een met toegangscode beveiligde privé-computer. Beiden hebben geheimhoudingsplicht jegens derden.
De websitebeheerder heeft toegang tot de adresbestanden en de fotobestanden. De toegangscode van de interne website wordt jaarlijks aangepast.
De privacyverklaring is beschikbaar via de externe website.

Status: AVG-teksten en privacyverklaring zijn met de Raad van Belanghebbenden besproken in december 2018 en door Stichting Olivier en Vereniging Olivier voorjaar 2019 goedgekeurd.

 

Kwaliteitseisen

Kwaliteitseisen Olivier

De zorg die onder regie van Olivier wordt geleverd moet voldoen aan een aantal kwaliteitseisen die zijn opgesteld op grond van de Wkkgz (Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg).

Wet Wkkgz en Inspectie IGJ

Sinds 2016 geldt een nieuwe wet die toeziet op de kwaliteit van onder meer wooninitiatieven: de Wkkgz (Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg). Met deze wet heeft ook Olivier te maken. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) controleert zorginstellingen via het afleggen van bezoeken. Ze volgt een dag lang de zorgverlening. Het team beantwoordt vragen over het handelen en de keuzes die daarbij worden gemaakt. De IGJ maakt van zo’n bezoek een rapport met aanbevelingen bestemd voor de zorgaanbieder (i.c. bestuur Stichting Olivier). Het bestuur van Stichting Olivier is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg, maar kan uiteraard bij een bezoek van de IGJ het team (ASVZ) vragen om uit te leggen hoe de zorg verloopt en wat de argumentatie van het handelen is.

Kwaliteitseisen

Door de Inspectie zijn vijftien kwaliteitseisen opgesteld waaraan ook Olivier moet voldoen. Het bestuur loopt jaarlijks deze lijst met ASVZ door en legt de bevindingen vast in een verslag teneinde aan de Inspectie te kunnen uitleggen hoe de zorg is georganiseerd en waarom dat zo is. Deze eisen zijn:

  • Beschikbaar en deskundig personeel;
  • Vergewisplicht en Verklaring omtrent het gedrag (VOG);
  • Afspraken tussen hoofd- en onderaannemer;
  • Opleidingsplan;
  • Kwaliteitssysteem;
  • Uitsluitingscriteria cliënten;
  • (Veilig) incidenten melden;
  • Uitvoeringsprotocollen van voorbehouden en risicovolle handelingen;
  • Toets van bekwaamheid;
  • Vrijheidsbeperkende maatregelen;
  • Medicatiebeleid;
  • Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
  • Klachtenregeling;
  • Medezeggenschap; en
  • Zorgdossier en zorgplan.

De 15 kwaliteitseisen zijn allemaal apart uitgewerkt. Hierbij wordt telkens eerst de definitie vermeld zoals door de Inspectie is geformuleerd, met een eventuele toelichting. Aansluitend wordt  de manier beschreven waarop de kwaliteitseisen bij Olivier worden ingevuld.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en na behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

Beschikbaar en deskundig personeel: kwaliteitseis IGJ 1

Definitie volgens de Inspectie IGJ

Een zorgaanbieder die goede zorg biedt, organiseert de uitvoering van de geboden zorg zo dat hij tijdig, doelmatig en deskundig in de zorg- en ondersteuningsbehoeften van de cliënt voorziet. De volgende criteria gelden:

  • de zorgaanbieder zet zorgmedewerkers in met voldoende kennis en vaardigheden om ondersteuning te kunnen bieden aan de doelgroep;
  • de beschikbare personeelsformatie staat in verhouding tot de populatie en zorgbehoeften;
  • vakinhoudelijke specialisten zijn zo nodig in voldoende mate beschikbaar.

Toelichting

Uitgangspunt is dat de kwaliteiten van het personeel zijn afgestemd op de zorgvraag en zorgzwaarte van de bewoners.

Invulling bij Olivier

Bij Olivier gebeurt de aanstelling van personeel in overleg met zorgaanbieder ASVZ, waarbij er door de teamleider op wordt toegezien dat het team in haar totaliteit kan zorgdragen voor een evenwichtige situatie, stabiliteit en het kunnen leveren van de noodzakelijke zorg. Specialistische ondersteuning en expertise vanuit ASVZ is beschikbaar en naar behoefte inzetbaar (bv via autismeteam van zorgaanbieder) en het team krijgt gerichte medische en/of verpleegkundige scholing. Ook het inroepen van externe expertise kan worden geregeld.

Alle nieuwe medewerkers zijn verplicht een aantal cursussen te volgen. Dit betreft:

  • introductiecursus;
  • seksualiteit en intimiteit;
  • medicatie (elke 2 jaar te herhalen);
  • risicovolle handelingen;
  • vrijheidsbeperkende maatregelen;
  • meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

In de leeromgeving (het interne programma ZLIM) van de Carantegroep waarvan ASVZ gebruik maakt, zijn alle (na)scholings-, coachings- en andere educatieve middelen, waaronder ook e-learning, waarop een beroep kan worden gedaan, beschikbaar. Aan het programma kunnen ook opleidingsvragen worden gesteld voor scholing en training van medewerkers en vrijwilligers.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Vergewisplicht en Verklaring omtrent het gedrag (VOG): kwaliteitseis IGJ 2

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Per 1 januari 2016 moet de zorgaanbieder die zorg uitvoert in het kader van de Wlz het functioneren van iedere nieuwe zorgverlener nagaan, voordat hij of zij wordt aangenomen. Nieuwe medewerkers in de langdurige zorg en de intramurale geestelijke gezondheidszorg moeten daarnaast een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) tonen.

Toelichting

Uitgangspunt is de veiligheid van vaak minder weerbare bewoners te beschermen. Een VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van een individuele zorgverlener geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving. Dit geldt ook voor vrijwilligers die activiteiten met bewoners doen en voor mantelzorgers die activiteiten doen in groepsverband.

Invulling bij Olivier

Olivier steunt bij de invulling van deze eis op de procedures van ASVZ bij wie de teamleden allen in dienst zijn en met wie de vrijwilligers een contract hebben. In het aanstellingsbeleid van ASVZ en in de contracten die zij met vrijwilligers afsluit is de beschikbaarheid over een VOG verplicht. Deze wordt opgenomen in het personeelsdossier. Ook bestuursleden van Stichting en Vereniging beschikken over een VOG.

De ASVZ-procedure voor nieuwe medewerkers is als volgt: de medewerker ontvangt van het secretariaat van P&O een e-mail waarin staat dat hij/zij op korte termijn een e-mail van het Ministerie van Veiligheid en Justitie ontvangt om digitaal een VOG aan te vragen. De aanvraag dient z.s.m. gedaan te worden omdat de VOG een voorwaarde is om in dienst te kunnen treden. Zodra de nieuwe medewerker de VOG heeft, dient hij/zij als bewijs een duidelijke en leesbare kopie en/of scan naar de direct leidinggevende te sturen (liefst via email), zodat de arbeidsovereenkomst opgemaakt kan worden. De medewerker overhandigt de originele VOG aan het secretariaat P&O bij het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst. De medewerker kan de kosten van het aanvragen van de VOG declareren bij ASVZ, hiervoor dient hij/zij het betalingsbewijs te overleggen. ASVZ heeft de mogelijkheid om ook gedurende het dienstverband de werknemer opdracht te geven een nieuwe VOG aan te vragen. Als deze niet kan worden overlegd, wordt ingezet op beëindiging van het dienstverband.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Afspraken tussen hoofd- en onderaannemer: kwaliteitseis IGJ 3

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Wanneer er sprake is van een hoofd-, onderaannemer of zpp’ers dienen er tussen de partijen afspraken te worden vastgelegd over de te leveren kwaliteit van zorg, het te gebruiken zorgdossier en de toetsing van de kwaliteit van zorg.

Invulling bij Olivier

Omdat Stichting Olivier individuele zorgcontracten heeft afgesloten met elke bewoner, is zij hoofdaannemer. Stichting Olivier is daarmee eindverantwoordelijk, ook al wordt de zorg uitgevoerd door ASVZ. Olivier heeft ASVZ de opdracht gegeven zorg  te verlenen.

Olivier volgt de kwaliteitseisen die ASVZ als HKZ-geregistreerde zorgaanbieder hanteert. Dat betekent dat het zorgdossier volgens de richtlijnen van ASVZ wordt opgesteld en periodiek besproken en geactualiseerd met bewoner en diens verwanten. Ook de toetsing van de geleverde zorgkwaliteit gebeurt conform de richtlijnen van ASVZ. Omdat het bestuur als hoofdaannemer eindverantwoordelijk is, ontvangt zij verslagen van quick scans en van interne en externe audits die worden uitgevoerd om de kwaliteit van de geleverde zorg te toetsen.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Opleidingsplan: kwaliteitseis IGJ 4

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Een zorgaanbieder dient een scholingsplan uit te voeren dat past bij de zorg- en ondersteuningsbehoeften van de doelgroep en het deskundigheidsniveau van de zorgmedewerkers. Daarnaast dient de zorgaanbieder de kennis en het gebruik van de procedure veilig incident melden (VIM) en de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te kunnen aantonen.

Invulling bij Olivier

Ook in dit opzicht volgt Olivier de uitgangspunten en richtlijnen van ASVZ. Het scholingsplan is aangepast aan de zorg- en ondersteuningsbehoeften van de bewoners, en aan wat de medewerkers nodig hebben. Nieuwe medewerkers worden zo nodig specifiek geschoold. Een personeelsoverzicht waarin de bekwaamheden per medewerker in beeld zijn gebracht, inclusief gevolgde (bij)scholing, certificaten, e-learning, verworven autorisatie etc. wordt bijgehouden door ASVZ via het programma ZLIM (zie kwaliteitseis 1). Teamleider en manager krijgen hiervan overzichten. Het bestuur van Stichting Olivier ontvangt hiervan periodiek een geanonimiseerd overzicht.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Kwaliteitssysteem: kwaliteitseis IGJ 5

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Elke zorgaanbieder dient een kwaliteitssysteem te hebben opgesteld. De IGJ verstaat onder een kwaliteitssysteem het vastleggen van beleid, procedures en protocollen, als ook gegevens waarop, met een zekere frequentie, analyses en evaluaties uitgevoerd worden die nodig zijn voor de uitvoering van het kwaliteitsbeleid en het bereiken van de vastgestelde kwaliteitsdoelstellingen (Plan, Do, Check, Act-cyclus).

Invulling bij Olivier

Ook hier volgt Olivier de procedures van ASVZ. ASVZ beschikt sinds 2006 over een gekwalificeerd HKZ-kwaliteitssysteem. Het waarborgen van kwaliteit is een continu proces. Dat heeft niet alleen te maken met vernieuwing en aanpassing. Werkwijzen, gewoontes, procedures en afspraken die al jarenlang lopen worden via driehoeksoverleggen met manager en orthopedagoog, en in teamoverleggen regelmatig tegen het licht gehouden, om te kijken of ze nog voldoen. Zo nodig worden ze aangepast. Wijzigingen in procedures of het hanteren van nieuwe protocollen voor bijvoorbeeld het vastleggen van zorgdossiers en Individuele Plannen worden besproken met het bestuur van de Stichting en toegelicht en besproken in de Familieraad.

Tweemaal per jaar wordt een reflectieve zelfscan georganiseerd om de kwaliteit van de geleverde zorg te monitoren. Het resultaat hiervan wordt besproken met de orthopedagoog, de manager en het team.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

Uitsluitingscriteria cliënten: kwaliteitseis IGJ 6

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

De problematiek, zoals agressie, mate van zelfredzaamheid, verslavingsproblematiek, van bepaalde groepen cliënten stelt eisen aan de deskundigheid van de zorgverleners, de accommodatie van de zorginstelling en meer.

Invulling bij Olivier

Olivier heeft een specifiek protocol waarin kenmerken zijn opgenomen voor nieuwe bewoners. Er worden geen bewoners toegelaten die agressief of verslaafd zijn:

  • vóór de start van het wooninitiatief is beschreven voor welke bewoners wel, maar ook voor welke bewoners geen zorg kan worden verleend en waarom. Uitgangspunt voor deelname van de bewoner aan de zorg- en dienstverlening door Stichting Olivier is dat een bewoner minimaal een verblijfsindicatie van het CIZ heeft en dat Stichting Olivier in staat is tot het leveren van verantwoorde zorg. Nieuwe bewoners dienen hun zorgdossier te overleggen en in samenspraak met de orthopedagoog en de teamleider wordt ingeschat of een toekomstige bewoner in het wooninitiatief past;
  • als de benodigde zorg voor een bewoner verandert, wordt zoveel mogelijk, binnen de kaders van Olivier, bekeken of (bij)scholing van het team het mogelijk maakt de benodigde zorg toch te kunnen blijven leveren;
  • gaandeweg is gebleken dat ook de ouders van bewoners aan bepaalde criteria moeten voldoen, bijvoorbeeld van bereidheid tot het leveren van ondersteunende diensten aan het collectief. Dit is in de criteria voor nieuwe bewoners aangevuld;
  • in de contracten met bewoners is opgenomen dat de mogelijkheid bestaat dat gaandeweg afscheid moet worden genomen van een bewoner als diens zorgzwaarte te groot is (geworden). Het advies van de teamleider en de orthopedagoog zijn hierbij bepalend;
  • als onverhoopt afscheid van bewoners zou moeten worden genomen, heeft zowel Olivier als ASVZ de plicht maximaal te ondersteunen bij het vinden van een adequate nieuwe woonplek.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 (Veilig) incidenten melden: kwaliteitseis IGJ 7

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Zorgaanbieders moeten sinds 1 juli 2016 een interne werkwijze hebben die regelt dat medewerkers veilig onzorgvuldigheden, incidenten en calamiteiten in de zorgverlening kunnen melden. Doel is dat collega´s bevindingen met elkaar bespreken, ervan leren en zo samen de zorg verbeteren. De zorgaanbieder heeft vastgelegd dat het volgende onverwijld bij de IGJ wordt gemeld: iedere calamiteit die bij de zorgverlening heeft plaatsgevonden; geweld in de zorgrelatie.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ waarin incidenten of risicovolle situaties (alle onbedoelde gebeurtenissen – al dan niet veroorzaakt door menselijk handelen of het nalaten hiervan – bij onderzoek, behandeling, verpleging en verzorging van de bewoner, welke tot een schadelijk gevolg voor de bewoner, medewerker, vrijwilliger of derden hebben geleid, dan wel hadden kunnen leiden) in een open cultuur worden gemeld en waarbij het doel voorkomen van nieuwe incidenten en verbetering van procedures is. Onder een onbedoelde gebeurtenis wordt verstaan: een gebeurtenis die direct of indirect beïnvloed is of beïnvloed had kunnen worden door medewerkers van ASVZ. NB: een medisch probleem buiten de invloedssfeer van ASVZ is geen incident (bv een epileptisch insult). Een val met het hoofd tegen de verwarming ten gevolge van een epileptisch insult is wel een incident.

Elke calamiteit (een niet beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van zorg en die heeft geleid tot de dood of een ernstig schadelijk gevolg voor een bewoner), moet volgens de wet worden gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

ASVZ meldt en registreert incidenten systematisch via Meldplein Zorg met MIP-meldingen (Melding Incident Persoon). In dit systeem is vastgelegd om welk type meldingen het hierbij gaat:

  • Incidenten (zoals agressie, medicatiefouten);
  • (Bijna-)incidenten;
  • (Vermoeden van) seksueel misbruik;
  • Huiselijk geweld en kindermishandeling;
  • Besmettelijke ziekten.

Alle teamleden kunnen zelf MIP-meldingen doen. Meldingen worden geregistreerd en afhankelijk van het soort meldingen wordt binnen de organisatie een traject gestart. Eventueel kan ook een specialistisch nazorgteam in actie komen. In het management overzicht in BI ontvangt de teamleider en de manager overzichten van MIP-meldingen. MIP-meldingen worden tweemaal per jaar in het teamoverleg besproken ter verbetering van procedures en om leerervaringen te delen. Deze besprekingen worden voorbereid door een teamlid dat hiervoor een specifieke taak heeft toebedeeld gekregen.

Het bestuur van Stichting Olivier bespreekt ieder kwartaal het aantal MiP-meldingen (geanonimiseerd) en de eventuele consequenties die daaraan verbonden zijn voor de zorgverlening, met de teamleider en de manager van ASVZ.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

Uitvoeringsprotocollen van voorbehouden en risicovolle handelingen: kwaliteitseis IGJ 8

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Alle handelingen die beroepsbeoefenaren in hun werk uitvoeren moeten op zorgvuldige wijze worden verricht, zo eist de Wet BIG. Dat geldt zeker bij risicovolle handelingen, die bij de uitvoering van de handeling risico’s meebrengen voor de cliënt. Voorbehouden handelingen vormen een specifieke groep binnen de risicovolle handelingen.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ. ASVZ heeft haar beleid ten aanzien van de bevoegdheid en bekwaamheid voor het uitvoeren van risicovolle (zowel voorbehouden als niet-voorbehouden) medische handelingen vastgelegd in een formeel beleidsdocument (2018).

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

Toets van bekwaamheid: kwaliteitseis IGJ 9

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

In de Wet BIG is een beperkt aantal beroepsbeoefenaren genoemd die zelfstandig bevoegd zijn om voorbehouden handelingen te verrichten. Wie niet zelfstandig bevoegd is, mag alleen in opdracht en onder voorwaarden een voorbehouden handeling uitvoeren. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan is ook degene die in opdracht een voorbehouden handeling uitvoert, bevoegd. Een van de voorwaarden waaraan altijd moet zijn voldaan, is de bekwaamheid van de uitvoerder. Onbekwaam maakt onbevoegd. De zorgaanbieder moet de bekwaamheid van medewerkers kunnen aantonen (registratie!), daarnaast moet de scholing in kader van de wet BIG zijn geborgd.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ. Zie ook kwaliteitseis 8.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

  

Vrijheidsbeperkende maatregelen: kwaliteitseis IGJ 10

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Onder het begrip ‘vrijheidsbeperking’ verstaat de inspectie alle maatregelen die de vrijheid van cliënten beperken. Dit begrip heeft voor de inspectie al jaren een grotere reikwijdte dan de vrijheidsbeperkende maatregelen die de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) beschrijft. Zorgaanbieders die niet over een Bopz-aanmerking beschikken mogen in dit kader geen vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen. Vrijheidsbeperkende maatregelen in niet Bopz-aangemerkte zorginstellingen of in de thuissituatie mogen enkel worden toegepast als hiervoor instemming is verkregen van de cliënt of van de wettelijk vertegenwoordiger (wanneer er sprake is van wilsonbekwaamheid van de cliënt) en wanneer een cliënt zich hiertegen niet verzet. Bij verzet vervalt de eerder verkregen instemming. Alleen een arts of een gedragswetenschapper mag besluiten een vrijheidsbeperkende maatregel in te zetten.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ.

Ook het uitluistersysteem dat bij een aantal bewoners actief wordt gebruikt, wordt beschouwd als een vrijheidsbeperkende maatregel. De toepassing hiervan wordt in het IP beschreven en moet jaarlijks worden geëvalueerd en bevestigd. Zowel manager als orthopedagoog moeten toestemming geven voor de inschakeling van het uitluistersysteem.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Medicatiebeleid: kwaliteitseis IGJ 11

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Het medicatiebeleid van de organisatie bevat tenminste een beschrijving van de taken, verantwoordelijkheden en afspraken omtrent het gehele medicatieproces. Er is een groot verschil tussen medicatie in eigen beheer en medicatieverstrekking door de organisatie. Maatwerk is ook hier de leidraad.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ. Conform het ‘Document Medicatieprotocol’ van ASVZ uit 2018 zijn de volgende algemene uitgangspunten van toepassing:

  • een algemeen medicatieoverzicht en een toedienlijst van de apotheek zijn beschikbaar;
  • bij de intake van een nieuwe bewoner wordt bepaald of deze zelf in staat is zijn/haar medicatiebeheer te regelen. Medicatiegebruik wordt opgenomen in het zorgdossier;
  • medicatie wordt veilig en achter slot bewaard. Daarbij worden algemene hygiënerichtlijnen in acht genomen;
  • er zijn afspraken over de werkwijze wat betreft retourmedicatie;
  • gerichte scholing op medicatieverstrekking en -veiligheid is verplicht en wordt om de twee jaar herhaald;
  • medicatie-incidenten worden via MIP-meldingen gemeld, geregistreerd en geëvalueerd.

Per bewoner zijn de afspraken over het medicatiebeleid verschillend. De afspraken staan op papier en worden in het IP vastgelegd. Bij het uitzetten van medicatie vindt altijd controle plaats door een tweede teamlid en wordt een paraaf gezet. Medicatielijsten worden voor controle bewaard. Twee teamleden zijn verantwoordelijk voor de evaluatieprocedures en voor het bijhouden van voorraad.

Als bewoners bij hun ouders zijn ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van de medicatie bij de ouders.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling: kwaliteitseis IGJ 12

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Zorgaanbieders zijn verplicht een meldcode vast te stellen waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan.

Deze meldcode moet in ieder geval deze 5 stappen bevatten:

  • in kaart brengen van signalen;
  • raadplegen van Veilig Thuis of een deskundige op het gebied van letselduiding;
  • gesprek met de betrokkene(n);
  • wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. En bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen;
  • beslissen over zelf hulp organiseren of melden.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ. Zie ook kwaliteitseis 7 (MIP).

Een specifiek protocol (model gedragscode voor ouders/vrijwilligers) is (mei 2019) in voorbereiding.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Klachtenregeling: kwaliteitseis IGJ 13

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Elke cliënt moet de mogelijkheid hebben om over de geboden zorg een klacht in te dienen. Een klacht kan door de cliënt zelf of zijn vertegenwoordiger worden ingediend en heeft betrekking op ‘een gedraging van de zorgaanbieder of van voor hem werkzame personen jegens de cliënt’. De volgende criteria worden gehanteerd:

  • er is een klachtenregeling conform hoofdstuk 3 van de Wkkgz en deze is onder de aandacht van cliënten gebracht;
  • de zorgaanbieder heeft een onafhankelijke klachtenfunctionaris conform bovengenoemde wetgeving;
  • een klacht wordt binnen zes weken behandeld;
  • adres en/ of telefoonnummer van de klachtenfunctionaris staat vermeld in de klachtenregeling.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ en maakt in voorkomende gevallen gebruik van de klachtenfunctionaris van ASVZ. Deze klachtenfunctionaris opereert onafhankelijk van Olivier en aan inschakeling van de klachtenfunctionaris zijn geen kosten verbonden. ASVZ heeft ook een klachtencommissie beschikbaar die klachten van bewoners of ouders in behandeling kan nemen en uitspraken kan doen over de ontvankelijkheid en gegrondheid van klachten. De klachtencommissie brengt advies uit aan de Raad van Bestuur van ASVZ. ASVZ is ook aangesloten bij een onafhankelijke geschillencommissie en zij heeft een onafhankelijke cliënt-vertrouwenspersoon.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

 Medezeggenschap: kwaliteitseis IGJ 14

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Een zorgaanbieder heeft de wettelijke verplichting om medezeggenschap te organiseren, waarbij cliënten en/of cliëntvertegenwoordigers cliëntbelangen behartigen. De voorwaarden zijn:

  • er is sprake van een structureel karakter;
  • er staat hiervan iets op schrift en voor belangenbehartigers moet duidelijk zijn waarover ze mogen meepraten.

De zorgaanbieder stelt de belangenbehartigers in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit dat de zorgaanbieder betreft inzake: de systematische bewaking, beheersing of verbetering van de kwaliteit van de aan cliënten te verlenen zorg.

Invulling bij Olivier

Olivier heeft de medezeggenschap op een aantal niveaus geregeld. Bewoners spreken ongeveer om de zes weken met elkaar in een bewonersoverleg onder voorzitterschap van een teamlid. Van dit overleg wordt een verslag gemaakt. Bewoners kunnen zelf punten aandragen en er kunnen door teamleden of ouders zaken worden geagendeerd. Bewoners krijgen zo als collectief de gelegenheid mee te praten over zaken die met het dagelijks leven te maken hebben en zij kunnen op deze manier invloed uitoefenen op de manier van leven in het wooninitiatief. Ouders (en andere verwanten) spreken periodiek met elkaar in de formele Familieraad. Ook zij hebben de gelegenheid agendapunten aan te dragen. Vaste agendapunten vormen de kwaliteit van de zorg, beheerszaken en (periodiek) de financiële verslaglegging door de penningmeester. Ook van deze bijeenkomsten wordt een verslag gemaakt. Indien bewoners dat wensen kunnen zij deelnemen aan de sectorale cliëntenraad van ASVZ.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

Zorgdossier en zorgplan: kwaliteitseis IGJ 15

 Definitie volgens de Inspectie IGJ

Het zorgdossier bevat alle informatie die voor de zorg, de begeleiding en eventuele behandeling van de cliënt relevant is. Het zorgplan (ook wel behandelplan, leefplan, zorgbeschrijving, ondersteuningsplan of begeleidingsplan genoemd) is een onderdeel van het zorgdossier.

Invulling bij Olivier

Olivier volgt hierin de professionele aanpak van ASVZ. De zorg voor elke bewoner is vastgelegd in een Individueel Plan (IP). De Persoonlijk Begeleider (PB-er) van de bewoner stelt dit plan op in overleg met de bewoner  plus ouder(s)/vertegenwoordiger(s). In het IP staan afspraken over de precieze invulling van de zorg. Het Individueel Plan is vooral bedoeld om afspraken vast te leggen over de kwaliteit van de zorg. Het bevat afspraken over bijvoorbeeld:

  • begeleiding, verzorging of verpleging;
  • dagbesteding;
  • het doel van de zorg (wat kan een bewoner bijvoorbeeld zelf doen);
  • hulp van familie;
  • privacy;
  • hygiëne.

Een bewoner kan de PB-er vertellen wat hij/zij belangrijk vindt zodat de bewoner zoveel als mogelijk de regie houdt over de zorg die hij/zij krijgt. Dat kan gaan over grote, maar ook over kleine dingen. Bijvoorbeeld wonen met privacy, personeel in de buurt of elke dag douchen.

Alle betrokken zorgverleners werken volgens één Individueel Plan. De eenduidigheid is ook te zien in de wijze van rapporteren en evalueren, die voor alle soorten zorg hetzelfde is.

Het plan wordt jaarlijks in een evaluatief gesprek besproken met de bewoner en zijn/haar ouders/vertegenwoordigers en zo nodig geactualiseerd. Ieder half jaar vindt een evaluatie plaats. De PB-er bespreekt het IP met de bewoner, de teamleider en de ouders in een zogenaamd driehoeksoverleg waarbij op verzoek ook de orthopedagoog kan aansluiten. Alles wordt vastgelegd in Plancare 2.0 (het registratiesysteem van ASVZ). Deze procedure moet ervoor zorgen dat de afspraken en handelingen navolgbaar zijn en aansluiten bij de zorgvraag van de bewoner.

Status: Definitief vastgesteld door bestuur Stichting Olivier op 22 augustus 2019 in overleg met ASVZ, na principe-akkoord in bestuursvergadering van 4 juli 2019 en behandeling in Familieraad op 27 juni 2019

 

Schema kwaliteitseisen Olivier

 

criterium

definitie

vastgelegd in

toetsing

opmerkingen

1. Beschikbaar en deskundig personeel

De kwaliteiten van het personeel moeten zijn afgestemd op de zorgvraag en zorgzwaarte van de bewoners:

–          zorgmedewerkers met voldoende kennis en vaardigheden om adequate ondersteuning te kunnen bieden;

–          personeelsformatie staat in verhouding tot de zorgbehoeften;

–          specialisten zijn beschikbaar.

contract ASVZ-Olivier

–          bestuur is betrokken bij aanstelling personeel;

–          personeelsbestand en scholingsplan is periodiek onderwerp van overleg tussen ASVZ en bestuur: resultaat wordt vastgelegd in verslagen.

Teamleider ziet erop toe dat team zowel kwalitatief als kwantitatief kan zorgdragen voor evenwicht, stabiliteit en leveren van de noodzakelijke zorg.

Teamleider voert jaarlijks formele voortgangsgesprekken met teamleden om de inzetbaarheid op korte en langere termijn te bewaken en te bevorderen.

2. Vergewisplicht en VOG

Uitgangspunt is de veiligheid te beschermen van de bewoners. Gedrag van een individuele zorgverlener, vrijwilliger of mantelzorger mag geen bezwaar vormen voor het vervullen van diens specifieke taak.

–          vrijwilligersadministratie ASVZ;

–          teamleden: ASVZ-personeelsadministratie;

–          bestuursleden Stichting/ Vereniging Olivier: eigen notities (Visie/ Organisatie; Olipedia).

–          nieuwe medewerkers en vrijwilligers vragen VOG op en sturen deze naar de teamleider;

–          besturen controleren zelf VOG nieuwe bestuursleden.

Gedragscode voor ouders (vrijwilligers bij Olivier) is in ontwikkeling.

3. Afspraken tussen hoofd- en onderaannemer

Olivier heeft ASVZ de opdracht gegeven zorg te verlenen. Olivier volgt de kwaliteitseisen die ASVZ als HKZ-geregistreerde zorgaanbieder hanteert.

contract ASVZ-Olivier

–          toetsing van de zorgkwaliteit gebeurt cf richtlijnen van ASVZ;

–          contract ASVZ-Olivier wordt periodiek gecontroleerd.

Stichting Olivier heeft individuele zorgcontracten afgesloten met elke bewoner. De Stichting is daarmee hoofdaannemer.

4. Opleidingsplan

Scholingsplan moet passen bij de zorg- en ondersteunings-behoeften van de bewoners en de behoeften en het deskundigheidsniveau van het team.

–          contract ASVZ-Olivier

–          het personeelsdossier van ASVZ bevat een overzicht van de bekwaamheden per medewerker, incl. gevolgde (bij)scholing, certificaten, e-learning, verworven autorisatie.

–          nieuwe medewerkers worden specifiek geschoold in de zorgbehoeften van de bewoners;

–          nieuwe medewerkers volgen verplichte scholing van ASVZ;

–          jaarlijks wordt aansluiting gezocht bij het scholingsplan van ASVZ.

Olivier volgt de uitgangspunten en richtlijnen van ASVZ. Bestuur van Stichting Olivier krijgt periodiek een geanonimiseerd overzicht van kwalificaties teamleden.

5. Kwaliteits-systeem

Een kwaliteitssysteem omvat het vastleggen van beleid, procedures en protocollen, + gegevens waarop analyses en evaluaties uitgevoerd worden die nodig zijn voor de uitvoering van het kwaliteitsbeleid en het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen (PDCA-cyclus).

contract ASVZ-Olivier

–          periodiek worden de werkwijzen en afspraken in driehoeksoverleggen met manager en orthopedagoog, en via team-overleggen besproken en waar nodig aangepast. Registratie in Plancare;

–          wijzigingen in procedures of het hanteren van nieuwe protocollen worden besproken met het bestuur van de Stichting en toegelicht in de RvB. Resultaat wordt in verslagen vastgelegd.

Olivier volgt de procedures van ASVZ. Het waarborgen van kwaliteit is een continu proces, dat niet alleen te maken heeft met vernieuwing en aanpassing.

6. Uitsluitings-criteria cliënten

Olivier heeft een specifiek protocol waarin kenmerken zijn opgenomen voor nieuwe bewoners. Er worden geen bewoners toegelaten die agressief of verslaafd zijn.

–          protocol Nieuwe Bewoner;

–          contract ASVZ-Olivier;

–          contract Olivier-bewoner

–          overleggen zorgdossier bij nieuwe bewoner;

–          toetsing volgens kaders Olivier bij wijziging in zorgvraag.

Het protocol beschrijft voor welke bewoners wel, dan wel geen zorg kan worden verleend. Ook de ouders van bewoners moeten aan bepaalde criteria voldoen, zoals bereidheid tot het leveren van ondersteunende diensten aan het collectief.

7. (Veilig) incidenten melden

ASVZ hanteert een interne werkwijze die regelt dat medewerkers veilig onzorgvuldigheden, incidenten en calamiteiten in de zorgverlening kunnen melden. Doel is dat collega´s bevindingen met elkaar bespreken, ervan leren en zo samen de zorg verbeteren.

–          contract ASVZ-Olivier;

–          contract Olivier-bewoner

–          incidentenmelding via MIP en melding calamiteit bij de IGJ. Registratie daarvan vindt plaats;

–          incidenten en calamiteiten worden aan de betrokken ouders gemeld;

–          relevante zaken komen terug in kwartaalgesprek van bestuur Stichting met ASVZ, worden geëvalueerd en genotuleerd, inclusief eventuele follow-up.

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ waarin incidenten in een open cultuur worden gemeld en waarbij het doel voorkomen van nieuwe incidenten en verbetering van procedures is.

8. Uitvoerings-protocollen van voorbehouden en risicovolle handelingen

Alle handelingen die beroepsbeoefenaren in hun werk uitvoeren moeten volgens de Wet BIG op zorgvuldige wijze worden verricht.

–          protocollen ASVZ;

–          IP bewoners;

–          scholingsplan team

–          interne audits ASVZ;

–          quick scan;

–          tweejaarlijkse toetsing scholingsplan.

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ.

9. Toets van bekwaamheid

In de Wet BIG is een beperkt aantal beroepsbeoefenaren genoemd die zelfstandig bevoegd zijn om voorbehouden handelingen te verrichten.

–          overzicht bekwaamheden teamleden (ZLIM);

–          scholingsplan team

–          interne audits ASVZ;

–          quick scan;

–          overleg ASVZ-bestuur Stichting.

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ. Zie ook opmerking bij 4 (opleidingsplan).

10. Vrijheids-beperkende maatregelen

Onder het begrip ‘vrijheidsbeperking’ verstaat de inspectie alle maatregelen die de vrijheid van cliënten beperken.

IP bewoners

–          jaarlijkse evaluatie en bevestiging in IP-gesprek;

–          evaluatie in driehoeksoverleg manager, orthopedagoog en teamleider.

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ.

11. Medicatie-beleid

Het medicatiebeleid van de organisatie bevat tenminste een beschrijving van de taken, verantwoordelijkheden en afspraken omtrent het gehele medicatieproces.

–          protocol ASVZ;

–          overzicht in medicatiekast

–          controle op medicatie in IP-gesprek;

–          interne audits;

–          quick scan.

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ.

12. Meldcode huiselijk geweld en kinder-mishandeling

Zorgaanbieders zijn verplicht een meldcode vast te stellen waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan.

protocol ASVZ

–          toetsing MIP-meldingen in ZLIM;

–          manager kan toetsen via maandelijkse kwaliteitsrapportage

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ. Een specifiek protocol (model gedragscode) is in voorbereiding.

13. Klachten-regeling

Elke cliënt moet de mogelijkheid hebben om over de geboden zorg een klacht in te dienen.

–          contract ASVZ-Olivier;

–          contract Olivier-bewoner;

–          klachtenprocedure ASVZ

–          evaluatie na afhandeling klacht;

–          jaarlijkse bespreking met ASVZ naar functioneren regeling.

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ en maakt zo nodig gebruik van de ASVZ-klachtenfunctionaris.

14. Medezeggen-schap

Een zorgaanbieder heeft de wettelijke verplichting om medezeggenschap te organiseren. Bewoners kunnen als collectief meepraten over zaken die met het dagelijks leven te maken hebben: zij kunnen op deze manier invloed uitoefenen op de manier van leven in het wooninitiatief.

–          contract Olivier-bewoner;

–          statuten Stichting Olivier

–          notulen van de verschillende bijeenkomsten (bewonersoverleg, Familieraad).

Op het niveau van de bewoners is er een periodiek bewonersoverleg.

Bewoners kunnen zelf punten aandragen en er kunnen door teamleden of ouders zaken worden geagendeerd. Voor de ouders zijn er periodieke bijeenkomsten in de RvB.

15. Zorgdossier en zorgplan

Het zorgdossier bevat alle informatie die voor de zorg, de begeleiding en eventuele behandeling van de cliënt relevant is.

–          contract ASVZ-Olivier;

–          contract Olivier-bewoner;

–          IP bewoners

–          het IP wordt volgens vaste (ASVZ-) richtlijnen opgesteld, periodiek geëvalueerd en minstens jaarlijks geactualiseerd;

–          de PB-er bespreekt het IP met de bewoner, de teamleider en de ouders in een driehoeksoverleg waarbij op verzoek ook de orthopedagoog kan aansluiten;

–          manager krijgt maandelijks overzicht of IP’s op orde zijn.

Olivier volgt de professionele aanpak van ASVZ. De zorg voor elke bewoner is vastgelegd in een Individueel Plan (IP).

De vastgestelde procedures moeten ervoor zorgen dat de afspraken en handelingen navolgbaar zijn en aansluiten bij de zorgvraag van de bewoner.

 

Meldprotocol grensoverschrijdend gedrag Stichting/Vereniging Olivier

Inleiding

Een Olivier-meldprotocol grensoverschrijdend gedrag betekent dat er binnen Olivier vaste en verplichtende afspraken zijn gemaakt over het melden van seksueel ongewenst gedrag. Het protocol beschrijft hoe moet worden gehandeld bij situaties waarin sprake is van (vermoedens van) seksueel misbruik/ongewenst gedrag en hoe en bij wie deze gemeld moeten worden. Het protocol biedt bescherming aan de melder/degenen die naar het protocol handelen, aan het vermoedelijke slachtoffer en aan degene die beschuldigd wordt.
Het protocol heeft betrekking op het contact tussen vrijwilligers en bewoners.
Naast het meldprotocol is er een klachten- of tuchtprocedure die in werking kan worden gezet na een melding. Melden kan leiden tot aangifte bij de politie wanneer er sprake is van een (vermoeden) van een strafbaar feit. Verder kan melding leiden tot (voorlopige) maatregelen ten opzichte van de beschuldigde. Het bestuur is verantwoordelijk om op een zo zorgvuldig mogelijke en objectieve wijze met elke melding om te gaan. Indien nodig zal het bestuur een beroep doen op in- of externe deskundigen.

Wetgeving en definitie

De Nederlandse wetgeving geldt voor iedereen, dus ook voor gebeurtenissen binnen Olivier. Bewoners zijn aan de zorg en waakzaamheid van onze Stichting/Vereniging toevertrouwd. In het Wetboek van Strafrecht, boek II, titel XIV ‘misdrijven tegen de zeden’ stellen diverse wetsartikelen bepaalde seksuele gedragingen strafbaar. De wetsartikelen zijn onverminderd van kracht op al diegenen die met onze bewoners omgaan.

Het bestuur richt zich op de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag/misbruik binnen Olivier. Er bestaan veel uitingsvormen van dergelijk gedrag. Sommige gedragingen zijn door het duidelijke (strafbare) seksuele karakter niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Maar bij sommige gedragingen kunnen vloeiende overgangen bestaan tussen wat je wel en wat je niet als (seksueel) ongewenst kunt typeren.
Als criterium wordt gehanteerd: of het welzijn van de bewoner en zijn/haar lichamelijke en psychische integriteit in het geding zijn.
Onder seksueel grensoverschrijdend gedrag vallen uiteraard gedragingen die leiden tot seksueel misbruik, maar ook het scheppen van een klimaat waarin misbruik gedijt.

In navolging van het model dat is ontwikkeld door de Vereniging NOV (Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk) hebben we een gedragscode ontwikkeld die elk seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten de orde verklaart. Onze definitie van seksueel grensoverschrijdend gedrag luidt:
Elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale, digitale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren en/of plaatsvindt binnen een ongelijke machtsverhouding en/of andere handelingen of gedragingen van een soortgelijke aard als die strafbaar zijn gesteld in het Wetboek van Strafrecht.In de gedragscode staat duidelijk verwoord welke gedragingen niet zijn toegestaan. Enkele voorbeelden:

  • alle seksuele contacten met bewoners;
  • een seksueel/erotisch geladen sfeer scheppen (ook via afbeeldingen, post, telefoon, sms, e-mail, internet);
  • intieme relaties tussen bewoners en vrijwilligers;
  • ongewenste aanrakingen.

 

Meldprotocol 

  1. Signaleringstaak

Alle vrijwilligers hebben een taak in het signaleren van (vermoedens van) seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag.  We verwachten dat zij niet alleen de grovere vormen serieus nemen, maar ook de zogenaamde ‘kleinere’ grensoverschrijdingen. Deze komen het meest voor en zijn vaak een signaal voor een klimaat waarin ernstigere  vormen meer kans kunnen krijgen. Wanneer je mildere vormen van grensoverschrijdend gedrag signaleert, verwachten we dat je de betreffende  persoon/personen daarop aanspreekt en corrigerend optreedt.

  1. Meldplicht

Iedereen die seksueel misbruik vermoedt of erover hoort, is verplicht dit te melden bij het bestuur van de Stichting/Vereniging, of door een door het bestuur daarvoor aangewezen vertrouwenspersoon.   
Wanneer vrijwilligers twijfelen over de ernst of het terecht zijn van een vermoeden, geldt een consultatieplicht bij deze vertrouwenspersoon die zij om advies kunnen vragen.
De meldplicht overstijgt alle andere belangen die in het geding zouden kunnen zijn, zoals de wens tot geheimhouding bij het slachtoffer. Het is niet aan vrijwilligers om aan waarheidsvinding te doen, dit kan een eventueel juridisch traject verstoren. Let wel: een melding is géén beschuldiging!

  1. Onderzoek en handelwijze

Na een melding wordt zorgvuldig en objectief onderzocht wat er aan de hand is. Er is oog voor zowel de privacy en belangen van het vermoedelijke slachtoffer, als die van de beschuldigde. Het bestuur laat zich desgewenst adviseren door (externe) deskundigen over verdere handelwijzen:

  • gesprek met beschuldigde;
  • informatief gesprek met de politie;
  • instellen calamiteitenteam;
  • in gang zetten meldprocedure;
  • aangifte bij politie;
  • voorlopige maatregelen ten aanzien van de vermoedelijke pleger/beschuldigde;
  • veiligstellen en opvang van het slachtoffer;
  • informatie aan betrokkenen;

 

  1. Voorlopige zwijgplicht

Naast de meldplicht geldt een voorlopige zwijgplicht voor het bestuur, de melder en vrijwilligers binnen de organisatie ten opzichte van derden. Natuurlijk kunnen deze vrijwilligers zich wel uiten bij de vertrouwenspersoon. Een voorlopige zwijgplicht is nodig zodat er niet meer personen bij een zaak worden betrokken dan voor een zorgvuldige behandeling noodzakelijk is. Er moet worden voorkomen dat geruchten ontstaan en iemand al bij voorbaat als ‘schuldig’ wordt bestempeld. De zwijgplicht is ook belangrijk om te zorgen dat een eventuele strafrechtelijke procedure niet wordt belemmerd.

  1. Hoe te handelen bij vermoedens of feiten rond seksueel misbruik

Er zijn vele signalen die op seksueel misbruik kunnen duiden, maar het belangrijkste signaal is misschien wel: ik heb het gevoel dat er iets niet klopt. Ga bij jezelf het volgende na en probeer alleen feiten te benoemen:

  • Wanneer begon de ongerustheid? Waardoor? Wat is er precies gebeurd?
  • Om welke signalen gaat het? Wanneer doen ze zich voor?
  • Zijn er geleidelijke of plotselinge gedragsveranderingen? Hoe lang is dit al aan de hand?

Het kan ook zijn dat een bewoner je spontaan vertelt over het misbruik, een ouder zijn zorgen naar je uitspreekt, of dat je het zelf ter plekke constateert.

DOEN

  • Zorg voor de veiligheid van de bewoner.
  • Als je iemand op heterdaad betrapt:
  • laat het slachtoffer niet alleen,
  • meld het onmiddellijk aan het team of degene die bereikbaarheidsdienst heeft voor calamiteiten,
  • als de situatie bedreigend is: bel 112 zodat de politie kan ingrijpen,
  • laat de toestand zoveel mogelijk onaangeroerd in verband met eventueel sporenonderzoek. Bel de zedenpolitie (112), meld waarover het gaat en vraag om instructies.
  • Stel zo weinig mogelijk vragen. Luister en stel de bewoner op zijn/haar gemak.
  • Schrijf alles zo letterlijk en feitelijk mogelijk op, ook de vragen die je hebt gesteld.
  • Vertel dat je verplicht bent het verhaal aan het bestuur te melden, maar dat er geen stappen buiten medeweten van het slachtoffer om worden genomen.
  • Meld het vermoeden direct bij het bestuur. Bij twijfel consulteer de vertrouwenspersoon.
  • Verwijs de betrokkenen desgewenst naar een vertrouwenspersoon.
  • Licht zo snel mogelijk het team in over de situatie.
  • Blijf beschikbaar voor de bewoner en blijf de normale begeleiding bieden.

 

LATEN

  • Handel nooit op eigen houtje!
  • Hoor het vermoedelijke slachtoffer niet uit. Het uithoren van het vermoedelijke slachtoffer en/of het spreken met contactpersonen van het vermoedelijke slachtoffer kan een eventueel juridisch traject verstoren. Het is niet aan de vrijwilliger om aan waarheidsvinding te doen!
  • Neem bij een vermoeden nooit zelf contact op met de vermoedelijke pleger, ook niet als het een collega is. De beste manier om het misbruik te stoppen en aan te pakken, is een objectief en een officieel onderzoek.
  • Denk aan de (voorlopige) zwijgplicht!
  • Beloof nooit geheimhouding, ook niet wanneer een slachtoffer erom vraagt.

 

Status:

Behandeld in Raad van Belanghebbenden/Familieraad van juni 2019 en vastgesteld door bestuur Stichting Olivier

 

Testament en levenstestament

Is een testament opstellen nodig? En als je het doet, wat moet je dan regelen? Wat is de consequentie als ouders niets geregeld hebben? En wat betekent dat voor hun kind met een beperking? En als het kind onverwacht alleen achterblijft, wat moet er voor zo’n situatie geregeld zijn? Het is een beladen onderwerp met emotionele en zakelijke kanten. Datzelfde geldt voor een levenstestament.

Om op die vragen antwoord te geven is voorjaar 2018 de themagroep Nalatenschap ingesteld bestaande uit ouders van de ouderinitiatieven Goed Wonen uit Oisterwijk en Olivier uit Moergestel. Deze themagroep heeft over beide onderwerpen een notitie opgesteld. Ook is op 8 februari 2019 in Den Boogaard te Moergestel een voorlichtingsbijeenkomst gehouden. De bijeenkomst vond plaats o.l.v. Rinie Roosen met tekst en uitleg door Henri de Brouwer, Estate planner verbonden aan de organisatie Erfrechtplan te Vught.

Achtereenvolgens worden hier de belangrijkste punten genoemd van een testament en levenstestament voor ouders met een kind met een beperking.

 

Testament

In een testament leg je vast wat er met jouw nalatenschap moet gebeuren en hoe. Als je geen testament opmaakt, zal de nalatenschap verdeeld worden volgens het wettelijke erfrecht over de nabestaanden. Geen testament opmaken heeft een aantal nadelen zoals mogelijke problemen bij de betaling van de erfbelasting, niet kunnen benutten van de fiscale mogelijkheden, je kan geen legaten toekennen aan derden of goede doelen, en problemen bij de verdeling, omdat het kind met een beperking wilsonbekwaam is. In die gevallen krijgt volgens de wet de kantonrechter de rol van toezichthouder. Om zaken overeenkomstig de wensen van de overledenen te kunnen regelen is een testament een veel betere oplossing. Daarbij kan ook een executeur benoemd worden die de zaken regelt overeenkomstig de wensen van de overledene.

Het testamentair erfrecht is complex en kent veel mogelijkheden elk met eigen voor- en nadelen.  Zo is het ook met de persoonlijke situatie die voor iedere persoon zowel zakelijk als emotioneel anders is, zeker met een kind met een beperking. Het is daarom verstandig eerst vast te stellen hoe jouw situatie is, welke toekomstige situaties zich kunnen aandienen, en wat je in jouw testament zou kunnen en willen opnemen om daarop zo goed mogelijk voorbereid te zijn. Dat betekent dat je zorgvuldig allerlei opties zult moeten afwegen. Om de mogelijkheden van de wet en je eigen wensen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen kan je het beste terecht bij een deskundige als een estate planner of een notaris.

 

Levenstestament

In een levenstestament leg je jouw wensen vast voor het geval je in een situatie terecht komt waarin je niet (meer) in staat bent om je zaken (op juridisch en medisch gebied) te regelen. Dat kan b.v. tijdelijk het geval zijn bij langdurig verblijf in ziekenhuis of revalidatiecentrum, of bij verblijf in het buitenland of permanent bij dementie. Je benoemt iemand die jouw volste vertrouwen heeft en die op de hoogte is van jouw wensen wat betreft medische zaken en levenseinde, en die jouw zakelijke gegevens kent. Hiermee voorkom je problemen voor de familie, zeker ook voor jouw kind met een beperking. Bijvoorbeeld het huis kan niet verkocht worden zonder toestemming van een kantonrechter, omdat er sprake is van wilsonbekwaamheid; het kan maanden duren voordat die toestemming komt. En wie moet dan allerlei zaken gaan regelen? Als je eenmaal in een situatie bent beland dat je niet meer wils- en handelingsbekwaam bent, is het niet mogelijk om alsnog een levenstestament op te stellen.

 

Belangrijke vragen en overwegingen:

  • Een erfenis vult box 3, waardoor jouw kind maximaal wordt aangeslagen voor Eigen Bijdrage Zorg en ook de huur- en zorgtoeslag sterk verminderd zullen worden;
  • Wat zijn de (financiële) consequenties als de lichamelijke of geestelijke situatie van een bewoner dermate verslechtert dat Olivier of Goed Wonen niet langer de nodige zorg kan bieden. In dat geval zal de bewoner naar een zorginstelling moeten waar wel adequate zorg geboden kan worden. Dan zal een hoge Eigen Bijdrage voor de Zorg gevraagd gaan worden (nu betalen onze bewoners een lage Eigen Bijdrage). Hoe kun/moet je op dit soort situaties met een testament inspelen?
  • Hoe kun je er dus voor zorgen dat er zo weinig mogelijk belasting hoeft te worden betaald? Overigens hoe je het ook inricht met een testament, de belasting komt altijd wel aan z’n trekken;
  • Aan de andere kant: moet het doel zijn om alleen zo min mogelijk belasting te betalen? We moeten ons realiseren dat onze bewoners jarenlang via PGB en zorg- en huurtoeslagen maximaal ondersteund worden. Dit wordt allemaal betaald uit belastinggeld, vanuit solidariteit met mensen met een beperking en dat is een groot goed! Misschien heeft de insteek ‘goede zorg voor mijn kind’ een zwaarwegender belang bij het opstellen van een testament dan keuzes ingegeven door financiële overwegingen.

 

Conclusies:

  • Wacht niet af, maar regel nu een testament én een levenstestament. Geen (levens)testament is geen optie. En van uitstel komt afstel!
  • Een (levens)testament is zo persoonlijk en heeft zoveel mogelijkheden in zich, dat je dit het best kunt voorbereiden met een deskundige, dus een notaris of een tussenpersoon (estate planner) met verstand van zaken.
  • Zowel een testament als een levenstestament moeten door een notaris worden opgesteld. In beide gevallen machtig je een (of meer) personen (bij levenstestament een gevolmachtigde, en bij een testament een executeur) om alle nodige zaken te regelen, ook om jouw kind met een beperking een zo goed mogelijke toekomst te bieden. Daar gaat het om.

 

Status: advies van de themagroep Nalatenschap van 190208

Titels van de 2 documenten:

 

Zorginstanties

Het CAK (Centraal Administratie Kantoor) is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan dat in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wettelijke taken uitvoert op het gebied van zorg en welzijn. Een belangrijk deel van de taken omvat het vaststellen en innen van wettelijk verplichte eigen bijdragen van de budgethouder.

Het CIZ is het Centrum Indicatiestelling Zorg. Deze stichting beoordeelt aanvragen voor voorzieningen uit de Wet Langdurige Zorg (Wlz) en geeft indicaties af door een besluit op hoeveel en welke zorg mensen (de budgethouders) kunnen rekenen.

De SVB (Sociale Verzekerings Bank) beoordeelt de zorgovereenkomsten. Deze contracten worden opgesteld door de budgethouder met de zorgverlener. Daarna beoordeelt de budgetverstrekker (voor de Wlz is dat het Zorgkantoor) of de zorg in de zorgovereenkomst past bij het zorg/budgetplan (Wlz) of de afspraken die in geval een budgethouder onder de Wmo valt, met de gemeente zijn gemaakt. De SVB stuurt een bevestigingsbrief aan de budgethouder als het zorgkantoor (of de gemeente in geval Wmo) aan SVB heeft laten weten dat de zorgovereenkomst akkoord is.

Iedereen die een PGB vanuit de Wlz krijgt, moet aan het Zorgkantoor een zorgovereenkomst (zorgbeschrijving) leveren ter goedkeuring. Het Zorgkantoor verschaft vervolgens ieder jaar een geactualiseerde PGB toekenningsbeschikking aan de budgethouder. Als budgetverstrekker stort het Zorgkantoor het PGB bedrag op de bankrekening van de SVB, die uitbetaalt aan de budgethouder of aan de zorgverlener. In het geval van Olivier wordt rechtstreeks uitbetaald aan de zorgverlener, d.w.z. aan Stichting Olivier. In geval van een indicatie op basis van de Wmo wordt de toekenningsbeschikking afgegeven door de gemeente. Bij Olivier komt deze vorm (nog) niet voor.

Het Zorgkantoor is een uitvoeringsorgaan van de Wet langdurige zorg. Nederland is hiertoe in regio’s verdeeld die elk een zorgverzekeraar als concessiehouder hebben. Deze is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van de Wlz in die regio. Zo sluit het Zorgkantoor o.a. contracten af met zorginstellingen om de zorg te leveren aan personen (budgethouders) op basis van een indicatie, die hun is afgegeven door het CIZ.

Status: beschrijving situatie d.d. mei 2019